Historische reconstructie?

Hoe nauwkeurig kun je een route of reis van enkele eeuwen geleden reconstrueren?


Het helpt als we over historische reisbeschrijvingen beschikken. Zo hield Albrecht Dürer tijdens zijn reis door de Nederlanden begin 16e eeuw een dagboek bij waarin de dorpen en steden waar hij doorheen kwam keurig staan vermeld. Dat maakte het mogelijk – samen met enkele belangrijke cartografische bronnen – de laatmiddeleeuwse route van ‘s-Hertogenbosch naar Antwerpen nauwkeurig te reconstrueren.
 

Zo’n nauwkeurige historische beschrijving van de vluchtroute van Hugo de Groot hebben we helaas niet.

De 18e-eeuwse biografie van Hugo de Groot door Brandt en Van Cattenburgh, gebaseerd op de brieven van De Groot en op interviews met direct betrokkenen, levert wel een aantal rechtstreekse aanwijzingen op voor een reisschema.

Het staat vast dat de tocht – na de geslaagde overtocht in de kist naar Gorinchem – rond 11 uur ’s morgens begon aan het Sleeuwijkse veer, waarmee Hugo en zijn begeleider overstaken naar het Land van Altena. Te voet bereikten ze omstreeks 4 uur Waalwijk. Na een pauze van ongeveer twee uur ging het op een kar vanaf het invallen van de avond in één ruk stapvoets naar Antwerpen. Hugo kwam daar de volgende dag omstreeks half een in de middag aan.

Het is ook nagenoeg zeker dat de kar vanaf Waalwijk over Staats gebied is gegaan. Speculaties over een omweg via Turnhout om Staats gebied te vermijden worden door de biografie gelogenstraft.

Maar dan nog waren er onderweg keuzemogelijkheden waarover de biografie geen uitsluitsel geeft. Bijvoorbeeld tussen een weg langs de dorpen en een weg over de hei. Bij de reconstructie is in dat soort gevallen uitgegaan van de meest logische rechtstreekse verbindingen die uit het begin van de 17e eeuw bekend zijn.

Overwegingen die telden: hoofdroutes gaan voor zijpaden, grote omwegen zijn uitgesloten vanwege het strakke tijdschema, onnodig oponthoud op Staats gebied ligt niet voor de hand, begaanbare en veilige wegen hebben de voorkeur. Bij dat soort afwegingen gaf ‘circumstantial evidence’ dus de doorslag.

 

Tenslotte hebben we te maken met afwijkingen als gevolg van de verlegging van paden en wegen in de loop van de tijd, en van omleggingen om verkeerstechnische redenen.

Deze laatste zijn in de routebeschrijvingen telkens aangegeven.

Hoe kwam het zo ver en hoe ging het verder?

Hugo was Maurits toch nog te slim af

De Tachtigjarige Oorlog wordt in de annalen dikwijls voorgesteld als een stukje roemrijk Nederlands verleden. Wie het verhaal van Hugo de Groots gevangenschap in Slot Loevestein tot zich laat doordringen, zal echter moeten toegeven, dat er het nodige op dat mooie plaatje valt af te dingen.

 

Oké, de Spaanse tirannie werd verdreven, zoals we in het Wilhelmus zingen. En de opstandige Hollanders stichtten – heel vooruitstrevend – een ‘Republiek’. Maar in de strijd om de macht die volgde, staken despotisme en godsdienstig fanatisme in een ander jasje als vanouds de kop op.

Begin 17e eeuw stonden in die strijd stadhouder Prins Maurits en de steden tegenover elkaar. Aangewakkerd door godsdienstige twisten tussen remonstranten en contraremonstranten liep die controverse compleet uit de hand.

Maurits trok aan het langste eind. Hij liet zijn tegenstanders arresteren. Oldenbarnevelt werd onthoofd, en diens kompanen Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets werden levenslang opgesloten in de staatsgevangenis Slot Loevestein. Dat was althans de bedoeling. Want De Groot zat er nog geen twee jaar, of hij wist door de befaamde list met de boekenkist te ontsnappen.

 

Gevaarlijke tocht gereconstrueerd

Het verhaal van de ontsnapping is vele malen verteld en verbeeld. Meestal stopt het als Hugo in de woning van de bevriende familie Daatselaer in Gorinchem uit de kist stapt. In een paar woorden wordt soms nog toegevoegd dat hij vervolgens via Waalwijk naar Antwerpen vluchtte, maar veel details over die gevaarlijke tocht naar het veilige Spaanse gebied komen we doorgaans niet aan de weet.

Toch is ook dat deel van het verhaal bewaard gebleven. Het staat beschreven in de 18e-eeuwse biografie van Hugo de Groot door C. Brandt en A. van Cattenburgh. Analyse van die betrouwbaar geachte bron en bestudering van de historische omstandigheden maakten het mogelijk de vlucht te reconstrueren.

 

Metselaarsvermomming

Zo weten we met zekerheid dat Hugo, verkleed als metselaarsknecht, op 22 maart 1621 om ongeveer elf uur ’s morgens samen met een helper, metselaar Jan Lambertszoon, via de westelijke Cansepoort Gorinchem verliet. Vandaar begaf het tweetal zich naar het Sleeuwijkse veer over de Merwede, dat ten zuidwesten van de stad aanmeerde. Lambertszoon moest de veerman overreden de overtocht te maken, want die vond het weer te onstuimig om uit te varen. Lambertszoon hield hem voor dat ze met spoed bakstenen nodig hadden uit het Land van Altena voor een metselklus in de stad, en hij beloofde de veerman extra vracht als hij hen zou overzetten.

Aan de overkant gingen de twee te voet door het Land van Altena, waarbij ze moeite hadden niet te verdwalen. Om ongeveer vier uur in de middag arriveerden ze in Waalwijk: veilig Spaans gebied. Ze werden ontvangen door een remonstrantse predikant, die vanuit Holland daarheen was verbannen.

Hugo rustte uit en genoot een maaltijd. Intussen charterde Lambertszoon een voerman, die bereid was Hugo diezelfde nacht naar Antwerpen te brengen. Ook vond hij een collega, die de begeleiding van Hugo de Groot tot Antwerpen van hem overnam. Hoe hij heette weten we niet.

De vermomming van Hugo was een probleem. De voerman zou kunnen ontdekken geen echte metselaar in zijn kar te hebben. Hugo’s postuur en manier van optreden zouden hem binnen de kortste keren verraden. Daarom maakte Lambertszoon de voerman wijs, dat zijn passagier failliet was, en om die reden in vermomming op de vlucht was voor de Staatse autoriteiten.

 

In het aardedonker stapvoets naar Antwerpen

Omstreeks zes uur, bij het invallen van de schemering vertrok de voerman met zijn geheimzinnige reiziger en zijn nieuwe begeleider. Het was die nacht aardedonker, want het was bijna nieuwe maan. Stapvoets ging het richting Antwerpen.

Ze kozen voor de meest rechtstreekse route via Tilburg, Baarle en Hoogstraten, hoewel ze op die manier alsnog een stuk door Staats gebied moesten. Tussen Riel en Alphen lag de bestandsgrens van het Twaalfjarig Bestand, dat nog juist van kracht was. Rond middernacht trokken ze daar het Staatse gebied in, om er enkele uren later, bij de nadering van Hoogstraten weer uit te komen. Pas toen kon Hugo opgelucht adem halen. Hij had de hele nacht niet geslapen, en daar zou het ook niet meer van komen, want het werd al licht en ze zouden doorrijden tot Antwerpen.

Op enkele uren van Antwerpen werd de kar staande gehouden door een patrouille van de zogeheten Roode Roede. Dat was de benaming van de landdrost in Spaanse dienst die als taak had het platteland rond de stad van landlopers en ander gespuis te vrijwaren. Hugo liet zich door de soldaten bij de landdrost brengen, die daar in de buurt was. Gevraagd naar zijn paspoort, haalde Hugo dit uit zijn schoen, waar hij het gedurende de hele rit verstopt had gehouden. Toen het tot de landdrost doordrong welke beroemde vluchteling hij tegenover zich had, verleende hem hij alle egards. Hij verschafte rijpaarden en een escorte van een van zijn ruiters voor het laatste gedeelte van de tocht.

 

Na een spannende en vermoeiende reis arriveerde Hugo omstreeks half een in de middag in Antwerpen, waar hij werd onhaald door zijn oude Rotterdamse kennis, de verbannen remonstrantse dominee Grevinkhoven.

 

 

Slot Loevestein. Prent uit 1619 door Claes Jansz. Visscher. De prent laat de insluiting van Hugo de Groot en Rombout Hogerbeets op 5 juni 1619 zien. Linksboven het wapen van Holland, rechtboven het wapen van Maurits. Aan de horizon Woudrichem en Gorinchem. Onderaan protretten van Hogerbeets en De Groot.

Hugo verkleed als metselaar (collectie gemeente Waalwijk)

Het Klokhuis (NTR) maakte een grappige, zeer informatieve clip over Hugo de Groot.